Atropinesulfaatinjectie wordt gebruikt als parasympatholyticum bij runderen, paarden, schapen, geiten en varkens. Daarnaast wordt het gebruikt als gedeeltelijk tegengif bij vergiftiging met organofosforverbindingen.
Als parasympatholytisch middel:
Door middel van subcutane injectie:
Runderen, paarden: 0,03 tot 0,06 mg/kg lichaamsgewicht.
Schapen, geiten: 0,03 tot 0,16 mg/kg lichaamsgewicht.
Varkens: 0,02 tot 0,04 mg/kg lichaamsgewicht.
Als tegengif bij vergiftiging met organofosforverbindingen:
Bij vergiftiging met organofosforverbindingen kan de dosis worden verdubbeld tot 0,5 mg/kg lichaamsgewicht, waarvan een kwart intraveneus en de rest subcutaan wordt toegediend. Deze dosis kan 3 tot 4 keer worden herhaald met een interval van 4 tot 6 uur, totdat de klinische verschijnselen van vergiftiging zijn verdwenen.
Mag niet worden gebruikt bij dieren met een bekende overgevoeligheid (allergie) voor atropine.
Bijwerkingen zijn onder andere een droge mond (xerostomie), slikproblemen (dysfagie), constipatie en dorst.
Vlees: 28 dagen
Melk: 7 dagen
Bewaren beneden 30℃. Beschermen tegen licht.