Behandeling van hypocuprose bij runderen met gelijktijdige bloedarmoede.
Preventie en behandeling van kopertekort bij schapen.
Runderen en schapen.
Toediening geschiedt door middel van een diepe intramusculaire injectie in de halsstreek.
De benodigde dosering en frequentie van de therapie hangen af van de klinische toestand van het dier en de koperstatus, zoals vastgesteld aan de hand van de bloed- en leverwaarden vóór en na de therapie.
De aanbevolen dosering is 20 mg koper per 50 kg lichaamsgewicht.
Runderen: (Volwassen): 4 - 6 ml.
Ooien: 2 ml.
Kalveren: 1 - 2 ml.
Lammeren: 0,5 ml.
Niet gebruiken bij dieren met een bekende overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel.
Niet intraveneus toedienen.
Het gebruik van parenterale injecties kan soms leiden tot toxische reacties en allergische reacties met ademhalingsproblemen.
Bij runderen kan er een lokale weefselreactie optreden op de injectieplaats, maar deze is van voorbijgaande aard en verdwijnt binnen een maand.
Vlees: Dieren mogen niet binnen 21 dagen na toediening voor menselijke consumptie worden geslacht.
Melk: Nul.
Bewaren beneden 30℃.
Beschermen tegen licht.