Oestrogene hormoontherapie bij merries, koeien, schapen, geiten, varkens en honden in de volgende gevallen: gebrek aan tocht of verminderde eierstokfunctie, frigiditeit, anafrodisie.
Achterblijven van vruchtvliezen, gemummificeerde of dode foetussen. Metritis.
Subcutane of intramusculaire injectie.
Koeien en merries: 4 tot 8 ml, waarbij de dosis 4 keer herhaald kan worden met tussenpozen van 4 dagen tussen elke inenting.
Varkens: 5 ml, maximaal 3 keer te herhalen, met een interval van 3 dagen tussen elke vaccinatie.
Schapen: 4 ml, herhalen na 4 dagen.
Geiten: 4 ml, herhalen na 4 dagen.
Honden: 1 ml per 5 kg lichaamsgewicht, herhalen na 4 dagen.
De hierboven aangegeven doseringen dienen als indicatief te worden beschouwd, aangezien de dierenarts de juiste dosering zal bepalen afhankelijk van de te behandelen aandoening.
Niet gebruiken bij dieren die overgevoelig zijn voor de werkzame bestanddelen.
Contra-indicaties voor oestrogenen zijn onder andere stollingsproblemen, hart- en vaatziekten, leveraandoeningen en bepaalde hormoongevoelige kankersoorten zoals borstkanker en baarmoederkanker.
Bij overdosering kan het bloedcachexie veroorzaken.
Kan ernstige aplastische anemie veroorzaken.
Het verlengt ook de bronstperiode bij runderen en vermindert de melkproductie.
Vlees: 15 dagen
Melk: 0 dagen
Bewaren beneden 30℃. Beschermen tegen licht.