Behandeling van besmettingen met de volgende parasieten:
Bij runderen, schapen en geiten:
- Maag-darmnematoden:
Trichostrongylus spp., Cooperia spp., Ostertagia ostertagi (behalve geremde larven), Haemonchus spp., Nematodirus spp., Bunostomum spp., Oesophagostomum spp., Chabertia ovina (schapen).
- Longstrongylen:
Dictyocaulus viviparus.
Bij varkens:
- Maag-darmnematoden:
Ascaris suum, Strongyloides ransomi, Oesophagostomum spp.
- Longstrongylen:
Metastrongylus spp.
Bij runderen, schapen, geiten en varkens:
1 ml per 10 kg lichaamsgewicht, eenmalig toe te dienen via subcutane injectie.
Om de juiste dosering te garanderen, moet het levend gewicht zo nauwkeurig mogelijk worden vastgesteld.
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de hulpstoffen.
Een overdosis kan leiden tot overmatige speekselproductie, braken, diarree, kortademigheid, ataxie, trillingen en convulsies.
Vlees en slachtafval: 28 dagen.
Dit product mag niet worden gebruikt bij runderen, schapen en geiten die melk produceren voor menselijke consumptie.
Bewaren beneden 30°C. Beschermen tegen licht.